Yestermap

Hoofdstraat 211, Hoogeveen

1700 – 1962

Historische panden in de Hoofdstraat van Hoogeveen

Rond 1700


In het pand waar nu de HEMA staat was in de 18e eeuw al een herberg gevestigd. Aan het begin van de 19e eeuw was de herbergier Jan Geerts Bakker. Bakker was tevens lid van de gemeenteraad. Toen in het nieuwe bestel er een plek gekozen moest worden om te vergaderen werd de eer aan Jan Bakker gegund. Na de Franse tijd huurde het gemeentebestuur in dit huis enkele vertrekken voor het eerste gemeentehuis, dat was hier gevestigd van 1813 tot 1867. Op 22 januari 1868 vergaderde de gemeenteraad voor het eerst in het nieuwgebouwde gemeentehuis aan de overkant Hoofdstraat 148.


Midden 18e eeuw woonde hier de familie Prijs. Borchart Prijs runde hier een winkel, terwijl Jan Borgert Prijs rentmeester was van de compagnie. Tot zover is na te gaan heeft de familie Prijs dit pand gebouwd. Het pand bestond al toen de rentmeester Lykle Oeges nog woonde in het voormalige pand van de Hollandsche Compagnie (haarstede eind 17e eeuw). In het oorspronkelijke pand zat een bijzonder bovenlicht dat nu deel uitmaakt van het Ontvangershuis in Assen. In het bovenlicht in een zwaan of phoenix afgebeeld. Het is niet helemaal duidelijk. Tot op heden is het nog niet mogelijk geweest om deze afbeelding te duiden.


Rentmeester Rudolph Otto van Holthe tot Echten woonde hier tot zijn overlijden in 1832. Harm Warmels werd datzelfde jaar rentmeester.

In 1961 werd het oude pand afgebroken en een geheel nieuw pand gebouwd en is de HEMA hier op 14 september 1962 gevestigd en daarnaast Supermarkt de Boer.


De Compagnie heeft nooit een compagnieshuis gehad. De Compagnie van de 5000 Morgen had in 1632/33 een rentmeester woning laten bouwen, het huidige schipperscafé. In 1635 bouwde de Hollandsche Compagnie van de Echtense Veenen, die zich volledig hadden losgemaakt van de Compagnie van de 5000 Morgen, een eigen rentmeester woning aan de overkant, de hoek Het Haagje / Hoofdstraat. Vanuit dit pand werd vanaf 1637 de kolonie Hoogeveen gesticht en vormgegeven. Na de dood van Roelof van Echten in 1643 kwamen de twee compagnieën wel weer wat nader tot elkaar, maar er bleven verschillende rentmeesters actief.


Het pand dat oorspronkelijk van de Hollandsche Compagnie was werd eind 17e eeuw verkocht aan Abraham Calkoen. In de 18e eeuw zou dit pand in het bezit komen van de familie Steenbergen. Notaris Cornelis Steenbergen liet het oorspronkelijke pand afbreken en zette er een nieuw huis op. In dit huis woonde later zijn zoon Albertus Aleidis Steenbergen (1814-1900), de schrijver en schilder. Dit pand werd afgebroken en in de jaren 20 van de 19e eeuw werd hier de overkapping voor de eiermarkt gerealiseerd.


Hoofdstraat 211, Hoogeveen
Hoofdstraat 211, Hoogeveen