Yestermap

Hoofdstraat 254, Hoogeveen

1633 – present

Historische panden in de Hoofdstraat van Hoogeveen

Hoofdstraat 254

Het pand wordt in sommige publicaties het Tienden huis genoemd. Dit is een misleidende naam. Veel mensen denken dat hier de tienden zijn geïnd. Er zijn in dit pand echter nooit tienden geïnd. De benaming heeft te maken met een juridisch proces uit het begin van de 19e eeuw, waarbij een verkoop (gedeeltelijk) werd teruggedraaid en daarbij ook tienden (andere tienden dus) als wisselgeld in de procedure meegingen. Het pand werd daarom een poosje Tienden huis genoemd.


Dezelfde verwarring doet zich voor bij de benaming Schippershuis. In Hoogeveen werden historisch alle herbergen en tapperijen waar de schippers aan het eind van de winter knechten konden ronselen, schippershuizen genoemd. In Hoogeveen gaat het dan ook om een aantal panden die zo genoemd werden, niet alleen dit pand.


Het pand kent een merkwaardige afsnijding op de hoek. Deze zat er oorspronkelijk niet in. Deze afsnijding is in 1852/53 in het pand aangebracht. Door de verbreding en verdieping van de vaart kwamen de bruggen aan het kruis ook wat anders te liggen en werd de weg wat smaller. Een wagen kon met goed fatsoen de hoek niet meer om op dit punt. Vandaar dat er een afschuining in het pand is gemaakt.


Schuin voor het huis (het huidige zebrapad) lag de peilbalk. Pramen die vanuit Hoogeveen naar het westen afdreven, moesten hier tot 1852 overheen varen. Bleven ze steken, dan moesten ze weer achter aansluiten, de praam gedeeltelijk uitladen en een boete betalen. Dat was niet voor niets. De vaart was slechts 70 cm diep en de peilbalk was op 65 centimeter gelegd. Zo was het zeker dat alle pramen zonder vast te komen zitten, Meppel zouden kunnen bereiken op de smalle en ondiepe vaart.


In 1882 vond onder gemeente-architect H.E. Hoegsma een verbouwing plaats, waarbij de bepleistering en de raam- en deuromlijstingen werden aangebracht. Bij de verbouwing tot winkelpand, werd een heel mooie oude tegelvloer ontdekt, die in een deel van de winkel zichtbaar is.

In 2017 is het gebouw teruggebracht in de kleuren van Hoegsma uit 1882.

Bij de allerlaatste interne verbouwing kwam er een beschilderd plafond tevoorschijn, dat helaas in de container is verdwenen. In het pand is ook nog een 17eeeuwse kelder aanwezig met aanzetten tot een gewelf. Deze is echter niet publiek toegankelijk. Een aantal balken in het pand zijn nog van 17eeeuwse oorsprong.


(Op een oud binnenplaatsje, achter dit gebouw bevindt zich een pakhuisje (tot voor kort schildersatelier) voor een deel nog uit de 18e eeuw.) Op het pleintje is ook goed zichtbaar dat de huizen aan de Schutstraatkant allemaal uit de 17e eeuw stammen.


Het Schippershuus
Het Schippershuus

Hoofdstraat 254

Het pand wordt in sommige publicaties het Tienden huis genoemd. Dit is een misleidende naam. Veel mensen denken dat hier de tienden zijn geïnd. Er zijn in dit pand echter nooit tienden geïnd. De benaming heeft te maken met een juridisch proces uit het begin van de 19e eeuw, waarbij een verkoop (gedeeltelijk) werd teruggedraaid en daarbij ook tienden (andere tienden dus) als wisselgeld in de procedure meegingen. Het pand werd daarom een poosje Tienden huis genoemd.

Dezelfde verwarring doet zich voor bij de benaming Schippershuis. In Hoogeveen werden historisch alle herbergen en tapperijen waar de schippers aan het eind van de winter knechten konden ronselen, schippershuizen genoemd. In Hoogeveen gaat het dan ook om een aantal panden die zo genoemd werden, niet alleen dit pand.

Het pand kent een merkwaardige afsnijding op de hoek. Deze zat er oorspronkelijk niet in. Deze afsnijding is in 1852/53 in het pand aangebracht. Door de verbreding en verdieping van de vaart kwamen de bruggen aan het kruis ook wat anders te liggen en werd de weg wat smaller. Een wagen kon met goed fatsoen de hoek niet meer om op dit punt. Vandaar dat er een afschuining in het pand is gemaakt.

Schuin voor het huis (het huidige zebrapad) lag de peilbalk. Pramen die vanuit Hoogeveen naar het westen afdreven, moesten hier tot 1852 overheen varen. Bleven ze steken, dan moesten ze weer achter aansluiten, de praam gedeeltelijk uitladen en een boete betalen. Dat was niet voor niets. De vaart was slechts 70 cm diep en de peilbalk was op 65 centimeter gelegd. Zo was het zeker dat alle pramen zonder vast te komen zitten, Meppel zouden kunnen bereiken op de smalle en ondiepe vaart.

In 1882 vond onder gemeente-architect H.E. Hoegsma een verbouwing plaats, waarbij de bepleistering en de raam- en deuromlijstingen werden aangebracht. Bij de verbouwing tot winkelpand, werd een heel mooie oude tegelvloer ontdekt, die in een deel van de winkel zichtbaar is.

In 2017 is het gebouw teruggebracht in de kleuren van Hoegsma uit 1882.

Bij de allerlaatste interne verbouwing kwam er een beschilderd plafond tevoorschijn, dat helaas in de container is verdwenen. In het pand is ook nog een 17eeeuwse kelder aanwezig met aanzetten tot een gewelf. Deze is echter niet publiek toegankelijk. Een aantal balken in het pand zijn nog van 17eeeuwse oorsprong.

(Op een oud binnenplaatsje, achter dit gebouw bevindt zich een pakhuisje (tot voor kort schildersatelier) voor een deel nog uit de 18e eeuw.) Op het pleintje is ook goed zichtbaar dat de huizen aan de Schutstraatkant allemaal uit de 17e eeuw stammen.